EEN LEGPUZZEL UIT HET VERLEDEN

Het deel van Europa waartoe de Voerstreek behoort, is van in de prehistorie een plek waardoor mensen zich voelden aangetrokken. De ondergrond, het landschap, de aanwezigheid van veel water en de ligging in de nabijheid van Maas en Rijn, zal daaraan niet vreemd zijn geweest. Vele duizenden jaren voor onze tijdrekening bewerkten onze prehistorische voorouders er de silexsteen die er voor het rapen lag. De Romeinen exploiteerden er één, mogelijk zelfs twee grote villa’s en de Frankische en Karolingische vorsten onderhielden er een koningshoeve. Ons gebied was erg begeerd en in het spanningsveld tussen Oost- en West-Frankenland werd er tussen de lokale leenheren flink geruzied.

De Steenboskapel

De Steenboskapel werd opgericht met herbruikt Romeins bouwmateriaal

Romeins aardewerk

In de Romeinse periode waren in de Voerstreek waarschijnlijk 2 grote villa’s terug te vinden.

NA DE SLAG VAN WOERINGEN IN 1288

Toen hertog Jan I van Brabant in de Slag van Woeringen (5 juni 1288) het pleit won, werd ons gebied definitief naar het westen georiënteerd. Over het prinsbisdom Luik heen werden wij, als Landen van Overmaze, bestuurd vanuit Brabant dat ons later mee deed opgaan in de Bourgondische invloedssfeer en de Nederlanden van keizer Karel V en zijn Habsburgse opvolgers. Maar onder Spaans bewind werden wij nogmaals een stuk slagveld in het gevecht met de Hollanders die van Maastricht een garnizoensstad hadden gemaakt.

BIJ DE LIMBURGSSPREKENDE GEBIEDEN TOT 1830

Ook nog na het Verdrag van Munster (Vrede van Westfalen, 1648) bleef de hele regio een echte lappendeken van Spaans en Staats (Hollands) gebied. Hoewel relatief rustig duurde het tot de Vrede van Utrecht (1714) voordat Oostenrijk tijdelijk politieke stabiliteit bracht. Tijdens de Franse bezetting werden de Landen van Dalhem en Limburg, waartoe de Voerdorpen behoorden, ingedeeld bij het departement van de Ourthe, de Zuid-Nederlandse buurdorpen bij het departement van de Beneden-Maas. De scheiding was daarmee voltrokken. Ook het Nederlandse bestuur bracht daarin tussen 1815 en 1830 geen verandering en zo kwamen de Limburgssprekende gebieden (tot en met Eupen) bij het ontstaan van België bij de Franstalige provincie Luik (waartoe ze historisch nooit hadden behoord).

TERUG BIJ LIMBURG IN 1963

De druk van het Duits in het oosten en die van het Frans in het zuiden verdrongen stilaan het Limburgs tot er na 1945 alleen nog de Voerdorpen overbleven. De taalgrensregeling en -wetten van resp. 1930 en 1932 zorgden er uiteindelijk voor dat de Voerstreek op 1 september 1963 deel ging uitmaken van de provincie Limburg en achteraf van het gewest Vlaanderen.

 

Hoewel een administratief Vlaams-Limburgs eilandje, geprangd tussen het Waalse gewest en de Nederlandse grens, is de Voerstreek een ideale ontmoetingsplaats van de haar omringende culturen en volkeren en is haar toekomst gegarandeerd als de Vlaamse overheid én de Voerenaars daarin willen investeren.

Bourgondische tijd 1453

De Landen van Overmaas 1650

De Franse bezetting 1795

De taalgrens in 1963

DE VLAG & HET WAPENSCHILD VAN VOEREN

Het wapenschild van Voeren is gebaseerd op dat van de vroegere gemeente ‘s-Gravenvoeren. Het wapenschild werd op 9 december 1988 door de Gemeenschapsminister van cultuur bekrachtigd. Heraldisch wordt het als volgt omschreven “Gevierendeeld, 1. En 4. In zilver, een dubbelstaartige leeuw van keel (rood), gekroond, geklauwd en getongd van goud, 2. En 3. In sabel (zwart), een leeuw van goud, geklauwd en getongd van keel (rood).”

 

Het wapen is gebaseerd op dat van de hertogen van Brabant en Limburg. Voor 1080 lag het machtscentrum van het land van Dalhem wellicht in ‘s-Gravenvoeren. In de 13 de eeuw kwamen zowel Dalhem als Limburg onder het gezag van de hertog van Brabant. Vooral door de slag van Woeringen op 5 juni 1288 breidden de Brabanders hun gebied aan de oostzijde van de Maas uit. Hertog Jan I van Brabant haalde zijn slag thuis en zo kwamen Limburg en het aangrenzende Rolduc onder Brabants bewind.

Is het Voerens dialect een Germaans dialect?

“De tongvallen van de Voerstreek zijn op de dialectologische indelingskaart verbonden met de overige dialecten van Belgisch-Limburg, van Nederlands-Limburg en van het Germaanse noordoosten van de provincie Luik”, aldus dr. José Cajot.

 

“Met deze dialecten en met andere van het Duitse taalgebied vormen zij de heterogene overgangszone tussen het Brabants in het westen en het Ripuarisch of Keulerlands in het oosten, die wetenschappelijk Oost-Neder-Frankisch, Zuid-Neder-Frankisch of gewoon Limburgs genoemd wordt.”

 

Het is evenwel niet aan te bevelen de term Platdiets toe te passen op de dialecten van de Voerstreek, omdat dit de indruk kan wekken dat ze iets aparts zijn, dialecten die duidelijk te onderscheiden zijn van de streektalen van de aangrenzende plaatsen van Belgisch-Limburg in het westen en van de Nederlands-Limburgse buurdorpen in het noorden.

 

Het Nederlands is in het verleden ook Diets/Duuts en Nederduits genoemd.

 

  • Diets/Duuts : taal van het volk van in de Middeleeuwen tot ca. 1500
  • Nederlands : vanaf ca. 1514, en hoofdzakelijk in de Zuidelijke Nederlanden (Vlaanderen)
  • Nederduits : vanaf midden 16 de eeuw tot sporadisch nog begin 20 ste eeuw.

 

Nederlands en Duits zijn twee afzonderlijke Germaanse talen, evenwaardige cultuurtalen. Het Voerens is helemaal geen Duits, maar een plaatselijke verzameling van Nederlands dialecten.

Contacteer ons

U kan ons steeds telefonisch bereiken tijdens de openingsuren op het nummer 04 381 07 36 of via dit contactformulier. Graag tot ziens.