toplogo


Zes dorpen in één - de Vlag en het wapenschild van de gemeente Voeren. - Het Voerens dialect.

De Voerstreek (provincie Limburg) groepeert zes kleine dorpjes (van west naar oost: Moelingen, 's-Gravenvoeren, Sint-Martens-Voeren,
Sint-Pieters-Voeren
, Teuven en Remersdaal) die ten zuiden van Limburg geplakt liggen tegen de Belgisch Nederlandse grens. In 1976 werden ze één fusiegemeente "Voeren"De totale oppervlakte bedraagt 50 vierkante kilometer en telt iets meer dan 4300 inwoners.

tekening
vlag van de gemeente Voeren
Chr. Janssen 2001
Je kunt er nog met recht en reden spreken van een vreedzaam, ongerept natuurlijk leefkader. De lucht is er zuiver en nergens wordt er de horizon geschonden door rokende fabrieksschoorstenen of flatgebouwen. Het is daarbij een waar paradijs voor de wandelaar of fietser.
Alles is er in harmonie met de natuur en het landschap. Met zijn romantische dorpskommen, waarin de kerk nog altijd in het midden staat, de paternoster van kapelletjes en veldkruisen, oude hoeven, typische vakwerkhuisjes met silexmuren, kastelen met bijhorende domeinen, loofbossen, hoogstam-boomgaarden, meidoornhagen en zijn onvergetelijke panorama's, oefent de streek in elk seizoen een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit op de bezoeker. (klik op de foto's voor een grotere weergave)


foto
Onze-Lieve-Vrouwekerk
foto G. Sweron

Moelingen

Moelingen is het meest westelijke dorp van de fusiegemeente Voeren. Het ligt in het Maasdal aan de rivier de Berwijn. De romaanse kerktoren van de Onze-Lieve-Vrouwekerk dateert uit de 12de eeuw en is een beschermd monument. De kerk zelf vertoont, doordat ze in verschillende fasen tot stand kwam, een combinatie van allerlei stijlinvloeden. (romaans, vroeggotisch, neogotisch, barok)

Aan het voormalige gemeentehuis, langs de brug over de Berwijn, staan naast het dorpskruis uit 1768 enkele grenspalen uit de 18de eeuw (1713), met de wapens van Oostenrijk (waar het huidige België toen toe behoorde) en de Nederlanden.

Waar de Berwijn in de Maas uitmondt, stond ooit het kasteel van Elven. Nu zijn er nog enkele resten te zien van de 'Schans', een door de Spanjaarden in 1674 gebouwde versterking, en van een Oostenrijks tolkantoor uit de 18de eeuw. Vlakbij ligt een stuwdam over de Maas, die het waterpeil stroomopwaarts moet regelen. Aan de oostelijke kant drijft het water een hydro-elektrische centrale aan. Interessant is ook de vistrap op de Berwijn. Die moet de stroomopwaarts trekkende vissen de mogelijkheid bieden de kleine stuw van een voormalige watermolen te passeren. Op deze plaats werd een nieuwe brug over de Maas aangelegd.
foto
kasteelhoeve 'De Schans'
foto G. Sweron

foto
Pastorie van 's-Gravenvoeren
foto G. Sweron

's-Gravenvoeren

's-Gravenvoeren heeft zich ontwikkeld als een lintdorp langs de rivier de Voer, met talrijke loopbruggetjes over het water naar de huizen. De kerk, de pastorie en verscheidene boerderijen in de onmiddellijke omgeving stammen uit de 18de eeuw. Die (Oostenrijkse) periode was klaarblijkelijk een heel voorspoedige tijd voor dit dorp.

De Sint-Lambertuskerk werd opgetrokken tussen 1782 en 1786 tegen de laat-Rhenomosaanse toren uit de 14de eeuw. Buiten tegen de kerkmuur staan een hele reeks merkwaardige arduinen grafkruisen uit de l7de en 18de eeuw. Aangrenzend aan de kerk ligt de pastorie die in 1774 werd gebouwd.

Een heel mooi plekje is het beschermde pleintje van Kinkenberg, met de recent gerestaureerde Onze-Lieve-Vrouwekapel (1715) Het ligt op de noordelijke oever van de Voer op 100 m van de kerk.

In het gehucht Schoppem vind je het Steenboskapelletje. In 1846 werd hier een Romeinse villa blootgelegd. Met de restanten van het opgegraven materiaal werd deze kapel gebouwd.

foto
de Steenboskapel
foto G. Sweron

Het kasteel van de 'graven van Voeren' is al lang verdwenen. Er zijn wel nog twee andere kasteeltjes: Altenbroek (te midden van een prachtig parklandschap) en Ottegraven (op de grens met Sint-Martens-Voeren).


foto
het spoorwegviaduct
foto G. Sweron

Sint-Martens-Voeren

Het dorpsbeeld wordt gedomineerd door de 23 m hoge spoorwegbrug. Ze maakt deel uit van de lijn Tongeren-Aken die door de Duitsers tijdens de eerste wereldoorlog werd aangelegd. Dit viaduct sluit aan op de langste spoorwegtunnel van Vlaanderen (2070 m). Ook de langste spoorwegbrug van het land, in Moresnet, maakt deel uit van deze lijn.

De kerktoren van de Sint-Martinuskerk stamt oorspronkelijk uit de 13de eeuw. Links onder de toren bevindt zich het graf van pastoor Veltmans.(1866 - 1954) Hij speelde een belangrijke rol in het behoud van het Nederlandstalige karakter van de Voerstreek. Onder de oude grafkruisen op het kerkhof bevindt er zich één uit de 16de eeuw. Het staat achter de graven van de bemanning van een RAF-vliegtuig (neergestort in 1944).

Iets verder ligt het Veltmanshuis - genoemd naar pastoor Veltmans -, een voormalig kapittelhuis uit de eerste helft van de 18de eeuw. Tot 1971 deede het dienst als pastorie. Nu is het een Cultureel Centrum van de Vlaamse Gemeenschap.
Nergens in Vlaanderen is de concentratie van gebouwen die volledig of gedeeltelijk in silex (vuursteen) opgetrokken zijn, zo groot als in de twee centrale Voerdorpen, Sint-Martens- en Sint-Pieters-Voeren. Vooral in het gehucht Veurs zijn de voor deze streek zo typische oude vakwerkhuizen nog bewaard gebleven. De meeste van deze woningen dateren uit de 18de of het begin van de 19de eeuw.
foto
vakwerkhuisjes in Veurs
foto G. Sweron

foto
De Commanderie
foto G. Sweron

Sint-Pieters-Voeren

Het kleinste Voerdorp, met minder dan 300 inwoners, is vooral bekend om zijn Commanderie. Dit kasteel behoorde tot de Franse Revolutie toe aan de Duitse Ridderorde. Het huidige gebouw werd in het begin van de 17de eeuw opgetrokken in 'Maaslandse Renaissance', een stijl die we ook in Luik en Maastricht veelvuldig aantreffen
In het park van het kasteel ligt de bron, die de vijvers en de Voer van water voorziet met een debiet van ca. 3 000 liter per minuut. In de vijvers wordt er o.a. forel (een typisch streekproduct), steur en paling gekweekt (zie ambachtelijke bedrijven) .

Het dorpskerkje werd omstreeks 1660 gebouwd in opdracht van Commandeur Willem Quaedt van Beeck, wiens grafsteen zich bij de toegangspoort van het kerkhof bevindt.

Even buiten het dorp (in de richting van Sint-Martens-Voeren) ligt de als waardevol monument beschermde Sint-Annakapel uit 1730. Ze wordt momenteel gerestaureerd.

Van bij het kasteeltje van Magis, op de grens met Aubel, heb je een prachtig panorama van de Voerstreek en aan de overzijde van de weg, het dal van de Berwijn en de Bel.

foto
Sint-Pietersstoelkerk
foto G. Sweron

foto
Dorpskern van Teuven
foto G. Sweron

Teuven

Teuven ligt in een prachtig golvend landschap, omringd door uitgestrekte bossen. De neogotische Sint-Pieters-kerk uit 1870 steekt opvallend hoog boven de rest van het dorp uit.

Teuven bezit twee kastelen. Vooreerst 'De Hoof', eertijds de woonst van de plaatselijke heren.

Na aankoop in 1985 door de Vlaamse Gemeenschap werd het privé heringericht, en nu wordt het uitgebaat als hotel-restaurant.
De voormalige abdij van Sinnich is sinds de Franse Revolutie particulier bezit. Vanaf ongeveer 1250 woonden hier Augustinessen in een abdij die vanuit Kloosterrade (Rolduc) - nu Nederlands Limburg - was gesticht.
   
Enkel dochters van adellijke bloede werden tot de gemeenschap van Sinnich toegelaten. Aan die beginjaren herinnert nog de romaanse toren uit de 13de eeuw, in natuursteen.
De toren en de door de Akense architect Couven ontworpen voorgevel (1750) zijn vanaf de weg (wel met enige moeite) te zien. Net als de andere kastelen van Voeren is ook dit niet voor het publiek toegankelijk.
foto
de voormalige abdij van Sinnich
foto G. Sweron

foto
zicht op het dorp en de Heribertuskerk
foto G. Sweron

Remersdaal

Het landschap in het oosten van de Voerstreek vertoont al helemaal de kenmerken van het Land van Herve: verspreid liggen de boerderijen temidden van de weilanden, meidoornhagen en fruitbomen.

Naast de neogotische Sint-Heribertuskerk uit 1897 zijn nog de resten en de hoeve van het kasteel 'Het Hoes' te zien. Enkele kilometers buiten de dorpskom, naast de spoorlijn, ligt het veel beter bewaarde kasteel van Obsinnich, uit de 17de eeuw. Het wordt nu gebruikt als vakantieverblijf voor jeugdgroepen.

Op de weg naar Sippenaken - waar je het prachtige kasteel van Beusdaal kan bewonderen - passeer je op de gemeentegrens een merkwaardig monumentje. Het werd opgericht ter nagedachtenis van de slachtoffers van de elektrische draad, die tijdens de eerste wereldoorlog België en Nederland scheidde.

Meer informatie over de zes dorpen, geschiedenis, wetenswaardigheden, enz vindt u in de boeken "Voeren" en "Voeren anders" door Guido Sweron, zie lijst toeristische documentatie !

foto
Het hoes, Remersdaal
foto G. Sweron


pijl

De Vlag en het Wapenschild van de gemeente Voeren
tekening
vlag van de gemeente Voeren
Klik op de afbeelding voor een grotere weergave
logo
wapenschild van de gemeente Voeren
Klik op de afbeelding voor een grotere weergave

De vlag en het wapenschild van de gemeente Voeren

Het wapenschild van Voeren is gebaseerd op dat van de vroegere gemeente
's-Gravenvoeren. Het wapenschild werd op 9 december 1988 door de Gemeenschapsminister van cultuur bekrachtigd. Heraldisch wordt het als volgt omschreven "Gevierendeeld, 1. En 4. In zilver, een dubbelstaartige leeuw van keel, gekroond, geklauwd en getongd van goud, 2. En 3. In sabel, een leeuw van goud, geklauwd en getongd van keel."

Het wapen is gebaseerd op dat van de hertogen van Brabant en Limburg. Voor 1080 lag het machtscentrum van het land van Dalhem wellicht in 's-Gravenvoeren. In de 13 de eeuw kwamen zowel Dalhem als Limburg onder het gezag van de hertog van Brabant. Vooral door de slag van Woeringen op 5 juni 1288 breidden de Brabanders hun gebied aan de oostzijde van de Maas uit. Hertog Jan I van Brabant haalde zijn slag thuis en zo kwamen Limburg en het aangrenzende Rolduc onder Brabants bewind.


Het Voerens dialect een Germaans dialect ?

logo

"De tongvallen van de Voerstreek zijn op de   dialectologische indelingskaart verbonden met de overige dialecten van Belgisch-Limburg, van Nederlands-Limburg en van het Germaanse noordoosten van de provincie Luik", aldus dr. José Cajot.

"Met deze dialecten en met andere van het Duitse taalgebied vormen zij de heterogene overgangszone tussen het Brabants in het westen en het Ripuarisch of Keulerlands in het oosten, die wetenschappelijk Oost-Neder-Frankisch, Zuid-Neder-Frankisch of gewoon Limburgs genoemd wordt."

Het is evenwel niet aan te bevelen de term Platdiets toe te passen op de dialecten van de Voerstreek, omdat dit de indruk kan wekken dat ze iets aparts zijn, dialecten die duidelijk te onderscheiden zijn van de streektalen van de aangrenzende plaatsen van Belgisch-Limburg in het westen en van de Nederlands-Limburgse buurdorpen in het noorden.

Het Nederlands is in het verleden ook Diets/Duuts en Nederduits genoemd.

Diets/Duuts : taal van het volk van in de Middeleeuwen tot ca. 1500

Nederlands : vanaf ca. 1514, en hoofdzakelijk in de Zuidelijke Nederlanden (Vlaanderen)

Nederduits : vanaf midden 16 de eeuw tot sporadisch nog begin 20 ste eeuw.

Nederlands en Duits zijn twee afzonderlijke Germaanse talen, evenwaardige cultuurtalen. Het Voerens is helemaal geen Duits, maar een plaatselijke verzameling van Nederlands dialecten.

 

pijl
© Toerisme Voerstreek vzw 2003, Webmaster Chr. Janssen
voerstreek@skynet.be