Natuur & Geologie

 

Geologie en landschap …

 

Landschapsfoto

Foto Guido SWERON

In de Voerstreek vinden we hetzelfde golvende landschap als in het Nederlandse Zuid-Limburgse Mergelland. Zo’n 100 miljoen jaar geleden golfde over dit gebied het water van een ondiepe tropische zee. De ondergrond van de Voerstreek is de zeebodem van destijds. In deze voedselrijke zee wemelde het van de zogenaamde ‘foraminiferen’, diertjes met een uitwendig skelet van kalk. Het zijn deze kalkskeletjes geweest die op den duur de metersdikke kalklaag vormden die nu in de bodem van zowel het Mergelland als de Voerstreek te vinden is.

Gedurende het Pleistoceen – de ‘IJstijden’, waarvan de laatste zo’n 10 000 jaar geleden op zijn einde liep – kwam door de vorming van de Alpen het gebied langzaam omhoog.
De Maas en andere kleine riviertjes als Voer en Gulp konden zich in de geleidelijk omhoogkomende vlakte insnijden. 
De verschillende terrassen, dalen, terrasranden en droogdalen zijn in het landschap nog goed te onderscheiden. Tijdens deze IJstijden, perioden met een veel kouder klimaat dan nu, stroomde er veel meer water door deze riviertjes. Vandaar de enorm brede dalen in verhouding tot de kleine waterlopen, of zelfs droogdalen waar nu helemaal geen water meer door stroomt.

Een historische blik …

foto droogdal Sint-Pieters-Voeren (Rullen)

Droogdal Sint-Pieters-Voeren, Foto Guido SWERON

Het Maasdal en de Voervallei werden reeds tijdens de eerste eeuwen van onze jaartelling tot een zekere hoogte ontsloten en ontgonnen vanuit het Romeinse bolwerk Maastricht en omringende villa’s (landbouwbedrijven). Vervolgens werd dit gebied ingenomen door Frankische stammen uit het Rijnland en kwam er onder Karel de Grote een machtig koninkrijk tot bloei.

Vanuit kleine maar rijke gebiedjes in het Maasdal, die behoorden tot dit Karolingische koningsgoed met de hoofdzetel in ‘s-Gravenvoeren, en later Dalhem, begon men rond 1100 de uitgebreide, woeste bosgronden op het plateau ten oosten van het Maasdal te ontginnen.

Het typische cultuurlandschap in zowel Zuid-Limburg als de Voerstreek kreeg zijn huidige vorm in een tijdsbestek van nauwelijks 200 jaar, na slechts enkele generaties noeste arbeid. Na 1300 is er, landschappelijk gezien, fundamenteel niet veel meer veranderd.

De diepe droogdalen vormden de natuurlijke toegangswegen waarlangs men de plateaus bereikte. Kleine nederzettingen, die aanvankelijk sterke banden met de moederdorpen uit het Maasdal hadden, vormden de kernen die uitgroeiden tot de huidige dorpen en boerderijgehuchten op het plateau.

Een rijke natuur …

Foto Guido SWERON

Door klimaatverschillen ten opzichte van de rest van Vlaanderen en Nederland vinden we in de Voerstreek planten en dieren die noordelijker niet meer voorkomen.

Daarbij komt nog dat de ondergrond op veel plaatsen erg kalkrijk is. Nochtans is de bodem boven op de hellingen zuur en voedselarm. Dat zijn allemaal factoren die ertoe bijdragen dat de fauna en flora in de Voerstreek heel specifieke trekjes vertonen. Op de steile, naar het zuiden gerichte dalhellingen treffen we ook een rijk en gevarieerd natuurschoon aan. Op sommige plaatsen werden eikenberkenbossen, die zich daar van nature ontwikkelden, vervangen door aanplantingen van beuken, lorken en sparren, wat de aanwezigheid van adelaarsvaren en kamperfoelie in de hand heeft gewerkt.

Nog typisch voor dit soort continentaal bos zijn de mispel en de trosvlier, die we hier overvloedig aantreffen. Lager op de helling gedijen vooral eiken-haagbeukenbossen met veel es en boskriek, waarin ook bosrank en klimop welig tieren. In de zomer groeien op zonrijke plekken marjolein en kruidvlier, typische ‘zuiderlingen’ die het milieu bij uitstek vormen voor de wijngaardslak, de beroemde ‘escargot de Bourgogne’.

Alerte dierenliefhebbers wijzen naar een eenzame buizerd in het luchtruim of bewonderen een torenvalk die onbeweeglijk hangt te ‘bidden’.

Ze zijn makkelijker waar te nemen dan de schuwe reeën, de vossen of de dassen. Toch kan een oplettend natuurliefhebber in het bos ongetwijfeld ook van deze dieren sporen en wissels vinden.