Natuur

Voerstreek

Door klimaatverschillen ten opzichte van de rest van Vlaanderen en Nederland vinden we in de Voerstreek planten en dieren die noordelijker niet meer voorkomen. Daarbij komt nog dat de ondergrond op veel plaatsen erg kalkrijk is. Nochtans is de bodem boven op de hellingen zuur en voedselarm. Dat zijn allemaal factoren die ertoe bijdragen dat de fauna en flora in de Voerstreek heel specifieke trekjes vertonen.

Een das komt uit zijn hol in de Voerstreek België Herfstkleuren aan het water in de Voerstreek België
Diverse geologische lagen in De Voerstreek Heuvelachtig landschap met koeien in De Voerstreek België

Voerstreek Natuurlijk

Nog typisch voor dit soort continentaal bos zijn de mispel en de trosvlier, die we hier overvloedig aantreffen. Lager op de helling gedijen vooral eiken-haagbeukenbossen met veel es en boskriek, waarin ook bosrank en klimop welig tieren. In de zomer groeien op zonrijke plekken marjolein en kruidvlier, typische ‘zuiderlingen’ die het milieu bij uitstek vormen voor de wijngaardslak, de beroemde ‘escargot de Bourgogne’. Alerte dierenliefhebbers wijzen naar een eenzame buizerd in het luchtruim of bewonderen een torenvalk die onbeweeglijk hangt te ‘bidden’. Ze zijn makkelijker waar te nemen dan de schuwe reeën, de vossen of de dassen. Toch kan een oplettend natuurliefhebber in het bos ongetwijfeld ook van deze dieren sporen en wissels vinden.

Natuurgebied van de Berwijn

Dit unieke stukje natuurgebied in Moelingen werd in 1996 aangekocht door de diensten van Bos en Groen en Natuurbehoud van de Vlaamse Gemeenschap. Het beslaat elf hectare en grenst aan het geklasseerde Langveld (Longchamps, in het naburige Waalse Berneau), dat ook als natuurgebied werd erkend. In het Berwijndal voelt de das zich uitstekend thuis omdat hij er alles vindt om zijn kroost en zichzelf te voeden. Het natuurgebied bevat onder meer de enige twee hectare bos van de Voerense deelgemeente Moelingen, met een grote variëteit aan inheemse boomsoorten zoals kers, es, eik, linde en haagbeuk. Voorts zijn er enkele prachtige oude hoogstamboomgaarden en oude knotwilgen langs de boorden van de Berwijn. Naast bewoonde dassenburchten vind je hier ook een ideaal nestgebied voor allerhande vogels en watervogels.

GEOLOGIE VAN DE VOERSTREEK

Voerstreek Landschap

Op die steile hellingen dagzoomt de Gulpense kalk. Het variërende landschap toont hier ook oude Maasterrassen (zoals de helling van Snauwenberg), graslanden en hoogstamboomgaarden met poelen, brongebieden, graften, houtkanten, holle wegen, grubben of greppels en veel rijke loofbossen. De combinatie van hogere temperaturen en kalkrijke bodem leidt tot graslanden en hellingbossen met een ruime variatie aan zuiderse plantensoorten; de Voerstreek ligt immers op de overgang van het Atlantische naar het Midden-Europese plantendistrict. Aan Midden-Europa dankt het gebied plantensoorten als mispel en trosvlier, op de warme zuiderhellingen bereiken variëteiten als wilde marjolein, kruidvlier, beemdkroon, borstelkrans en vliegenorchis één van hun noordelijkste standplaatsen…

Natuurgebied van Veurs

Vlak bij ‘Dal’, een wijk in het gehucht Veurs (Sint-Martens-Voeren) die bekend is om zijn verzameling typische vakwerkhuizen, kocht de Vlaamse overheidsdienst Aminal in 1998 twintig hectare natuurgebied aan. Door de uitzonderlijke fauna en flora vormt het – met zijn grotendeels oude hoogstamboomgaarden, bosranden, taluds en graften – ongetwijfeld één van de mooiste en belangrijkste natuurgebieden in de Voerstreek. Het gaat hier ook weer om een belangrijk fourageergebied voor dassen. De nieuwe beheerders willen de natuur volledig restaureren door aanplanting van hoogstamfruit, knotbomen en hagen. Graften worden herbebost zodat ze dassenburchten kunnen herbergen, en er worden ten minste twee amfibiepoelen aangelegd. Door intensief begrazingsbeheer moet de kalkflora opnieuw volle kansen krijgen, zodat onder meer de orchideeën weer kunnen bloeien. Haviken, rode wouwen, steen- en bosuilen voelen er zicht uitstekend in hun element.

NATUUR VAN DE VOERSTREEK

Bosreservaat Alserbos

Sinds 1 juli 1998 werd het Alserbos officieel opengesteld voor wandelaars. Dit natuurgebied is eigendom van de Vlaamse Gemeenschap, die het daarvoor volledig ingericht heeft. Het hele gebied is omheind en de doorgangen zijn er enkel voor passieve recreanten (wandelaars). Mountainbiken mag – maar enkel via de middenweg om de doorsteek te maken. Ruiters en motorvoertuigen zijn er verboden. Het Alserbos strekt zich uit over een oppervlakte van 65 hectare, van noord naar zuid, met een hoogte van 160 tot 240 meter boven de zeespiegel. De westelijke helling is erg steil en vertrekt onderaan uit een diepe, holle weg die een droge depressie of ‘delle’ volgt; een omgeving waar onder meer de das zich thuis voelt en over een ideaal woon- en foerageergebied kan beschikken. Het ligt in de bedoeling van de nieuwe beheerders het oorspronkelijke aspect van de westelijke, steile helling te herstellen. Op het plateau zelf werd een natuurreservaat afgebakend, waar de bebossing op een spontane manier kan gebeuren.

Altenbroek grensoverschrijdend

Domein Altenbroek – een grensoverschrijdend en aaneensluitend natuurreservaat op het grondgebied van ‘s-Gravenvoeren (België) en Noorbeek (Nederland) – dankt zijn naam aan een prachtig privé kasteeldomein midden in het gebied. In 1996 werden de (Vlaamse) vzw Natuurreservaten en de (Nederlandse) Stichting Natuurmonumenten eigenaar van 160 hectare van Altenbroek: 135 hectare op Belgisch en 25 hectare op Nederlands grondgebied. De uitzonderlijke landschappelijke en natuurlijke rijkdom van de Voerstreek, en meer bepaald van Altenbroek, is een gevolg van de oostelijke geografische ligging, de hoogte boven het zeespiegelniveau en de merkwaardige samenstelling van de ondergrond. De Voerstreek heeft daarenboven een uitgesproken reliëf. Typisch zijn de asymmetrische dalen, waarvan de steile, naar het zuidwesten gekeerde hellingen veel meer zonnestraling krijgen dan de andere.